woensdag 3 december 2014

D. Filosofie

Tijdens de filosofie-identiteitscolleges hebben we een hele hoop verschillende soort stof behandeld. het overgrote deel van deze stof ging over de hersenen en het functioneren hiervan. De hersenen zitten op een aparte en ingewikkelde, maar toch ook mooie manier in elkaar. Ook zijn de essentieel, gezien het feit dat de hersenen jou persoonlijkheid vormen. De hersenen bouwen de identiteit en maken wie jij als persoon bent. Dit is niet vanaf de geboorte van een kind al vastgesteld, maar ontwikkelt zich door de jaren heen. Je kunt dus wel zeggen dat je jezelf nog aan het identificeren ben, vandaar ook dat dit vak gekoppeld is aan het identiteitsproject. 
 


Zoals net al gezegd is bouwen je hersenen zich op gespreid over een lange tijd. twee belangrijke onderdelen van je hersenen zijn de hersenstam en de cortex. De hersenstam is het oudste deel van je brein terwijl de cortex het jongste deel is. Het opbouwen van je hersenen zorgt ervoor je uiteindelijk bepaalde dingen kunnen doen. Hieronder plaatst men ook het fenomeen “leren”. Om te kunnen voldoen aan dit proces moet het hypothalamus zich ontwikkelen en opbouwen. Het hypothalamus zorgt er namelijk voor dat je leerprocessen kunt opslaan en zorgt er dus voor dat jij als persoon kennis kunt
opslaan en dus kunt leren.
 



Ontstaan  van een eigen ik

Om weer even terug te komen op het identiteitsgedeelte van je hersenen, wordt uitgegaan dat de hersenen zich ontwikkelen op drie neurale niveaus van het ‘ik’. Het eerste neutrale niveau is de ontwikkeling van de corticale kaarten. De hersenstam maakt dit aan voor het interne milieu van jouw lijf (bloeddruk). De cortex daarentegen maakt kaarten aan die beschikken over een enorme hoeveelheid details, bijvoorbeeld exterieure aspecten, auditief aspecten en zelfs visueel aspecten
.

Het tweede neutrale niveau dat ik behandel is de geest. De geest maak neurale kaarten aan. Die kaarten moeten meetbaar en objectief zijn in de ogen andere mensen. De geest creĆ«ert ook de mogelijkheid tot het maken van mentale voorstellingen, zoals interpretaties. Dit zijn patronen in de geest en voor jou zijn die voorstellingen subjectief als persoon.

Ten slotte hebben het laatste neutrale niveau van het ‘ik’, en dat is het zelf. Zelf heeft drie kenmerkende momenten binnen de evolutie. De eerste kenmerkende moment hiervan is het primordiale zelf en dat zijn de basisemoties. Emotie is een biologisch programma op een onbewust niveau en daar kan je niks tegen doen. 
Het hebben van emoties is essentieel als het gaat om een persoonlijkheid. Als je emoties hebt ben je in staat om voorrang te geven aan bepaalde dingen in geval van nood. Er zijn zes basisemoties: vreugde, verdriet, angst, woede, verbazing en afschuw. Naast emotie zijn er ook gevoelens. De prikkels van gevoelens en waardering valt onder de kernzelf/protozelf. Gevoelens en waarderingen zijn, net als emoties, belangrijk voor jou als persoon, maar verschillen hier ook wel weer enigszins van. Bij gevoel is er namelijk meer sprake van een ‘weten’ van het verschijnsel dat optreedt. Dat gaat door je hersenen heen. Bij gevoel is de situatie niet dringend genoeg om in actie te komen en er wat aan doen.

Het derde niveau is het autobiografisch zelf. Het autobiografisch zelf zorgt voor een idee van verleden en van de toekomst (denk aan herinneringen en verwachtingen). Ook houdt deze zich bezig met het plannen van bijvoorbeeld je dag. 

Het hoogste niveau van het ‘ik’ is het “zelf”. Het “zelf” zorgt namelijk voor de basisemoties die je nodig hebt om met je medemens om te kunnen gaan. Je zult die emoties dus ten alle tijden nodig hebben. Dit maakt ze essentieel voor jou en jouw sociale omgeving. Deze emoties hebben echter niet alleen betrekking op sociaal gebied, maar ook op het culturele gebied. Hoe sta jij tegenover overtuigingen, wat is jouw overtuiging en deel jij het met andere? 


Verder ontstaat het ‘zelf’ in het akt van het leren en is daarom ook gekoppeld aan identiteit. Leren ontstaat bij de vorming van je identiteit en dat gebeurt voornamelijk op school door de hoge frequentie aanwezigheid. Zo leer je dingen over andere mensen, maar vooral ook dingen over jezelf en je eigen ontwikkeling als persoon. Zelfs als student aan de Pabo kom ik regelmatig nog achter dingen die van van mijzelf niet wist.  Dit zijn echter wel allemaal dingen die mij als leerkracht vormen en wat vertellen over mijn identiteit.




Mijn persoonlijke ervaring

In de vorige alinea vertelde ik al wat over mijn persoonlijke ervaring aan het ontwikkelen van een eigen identiteit. Hier ga ik nu wat dieper om in waarbij ik het voorbeeld van mij stage in groep 3, semester 2 van jaar 1, aanhoud. Dit was namelijk een moeilijk maar toch ook onwijs leerzame periode voor mij. Met mijn mentor had ik namelijk niet echt wat, het niveau van de groep sprak mij ook niet aan en ik het orde houden van de klas zag ik ook geen uitdaging. Omdat ik deze stage dus helemaal niet meer zag zitten werd ik steeds lakser en minder gemotiveerd, totdat mijn mentor hierover is gaan klagen tegen Cees Thissen, mijn toenmalige stage- en studiebegeleider. Ik was hier toen enorm van geschrokken, al helemaal omdat ik mijzelf altijd een echte doorzetter vond. Ik ben echter in dat semester er achter gekomen dat dat alleen geldt voor de dingen die ik leuk vind. Zodra mijn plezier in iets weg is, heb ik extreem veel moeite om mij toch aan een bepaald iets te zetten. Uiteindelijk mocht mijn mentor helemaal alleen het cijfer voor mijn stage bepalen en kreeg ik nog een week de tijd om aan te geven dat ik het wel degelijk wil en kan. Dat heb ik deze periode ook zeker gedaan en heb mijn stage toen afgesloten met een 7. Ik ben dus wel degelijk een doorzetter, alleen moet ik dat mezelf soms nog even vertellen!




Geloofsovertuiging 


Je ziet dat verschillende typen onderwijs direct of wel indirect een bijdrage leveren aan de identiteitsontwikkeling van kinderen. Veel basisscholen hebben als overtuiging rooms-katholiek of protestants-christelijk, maar er zijn verschillen in hoeverre scholen dit ook daadwerkelijk verwerken in het beleid van de school. Ouders kiezen vaak een school voor hun kind die of wel dichtbij huis is of wel een school die past bij de geloofsovertuiging van de ouders. Een kind die in een rooms-katholieke omgeving opgroeit zal te maken hebben met de tradities daarvan. De rooms-katholieke feestdagen worden gewoon gevierd. Ook als jij als kind thuis en ander geloof hebt, dan moet je op jouw school gewoon erbij zijn als gast. Je wordt niet meteen verplicht om ook het geloof van de school te nemen. Jouw overtuiging wordt in waarde gelaten, maar men verwacht dat jij hetzelfde doet. Als een kind thuis dezelfde feestdagen viert net zoals op school, dan zal dat geloof tijdens het vormen van zijn identiteit wel een rol spelen. Maar vooral dan op het gebied van geloof.

Het protestants-christelijk geloof is anders natuurlijk. Op de scholen worden gebeden en gezongen. Ook hier worden de gewoonten en tradities van het geloof op de school uitgevoerd. Zo’n school neemt vaak ook leraren aan met hetzelfde geloof omdat ze in hetzelfde geloven. Dit kan alleen maar fijner zijn voor kinderen die nog niet weten waarin ze geloven. Een docent staat er dan om jouw dingen te vertellen over het geloof van de school of juist dingen te doen die de school belangrijk vind i.v.m. hun geloof. Dit kan kinderen alleen maar helpen tijdens de vorming van hun identiteit. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten