woensdag 3 december 2014

E. Uitwerking stageopdracht

Waar zegt de school voor te staan?


Op de Paulusschool wordt gewerkt vanuit de christelijke levensvisie met de katholieke traditie als grondgedachte. Het bijbels verhaal is hierbij een bron van inspiratie. Gerechtigheid, rechtvaardigheid, barmhartigheid en naastenliefde zijn sleutelwoorden bij deze inspiratie. De school ziet het als hun verantwoordelijkheid om samen met de ouders de kinderen het een en ander mee te geven op het gebied van geloof en levensbeschouwing. De school zegt de kinderen willen te laten weten dat tegenslagen niet het laatste woord mogen hebben. 
In het geloofsconcept van de Paulusschool neemt openheid een belangrijke plaats in. Er wordt graag gezien dat kinderen open staan voor anderen. Dit kan o.a. betrekking hebben op andere gewoontes, uiterlijkheden, opvattingen en geloofstradities. De school zelf staat open voor andere geloofstradities en zien die als leerzaam en inspirerend . Iedereen is welkom.


Komt dit overeen met de praktijk?

Dat de Paulusschool werkt vanuit de katholieke tradities is in de praktijk zeker terug te zien. De school werkt namelijk samen met de parochie van de Nicolaaskerk in de dorpsstraat. Met Sint Maarten is mijn stageklas, groep 1/2 e, dan ook naar deze kerk gegaan met lampionnetjes om daar een lied te zingen met zijn allen.


Maar niet alleen verwerkt de Paulusschool het geloof op speciale dagen, ook heeft de school een speciale godsdienstmethode om het geloof op het leuke manier aan de kinderen aan te bieden. Deze methode heet 'trefwoord' en wordt in mijn stageklas (bijna) elke dag aangeboden. Hierbij wordt er aandacht besteed aan waarde en normen gerelateerd aan een verhaal uit de bijbel of aan de hand van moderne verhalen, die aansluiten op de belevingswereld van het kind. Ook andere religies kunnen leerzaam en een bron van inspiratie zijn. 



Ook zei de school dat iedereen welkom is. Ook dit is terug te zien in de praktijk. In elke klas zitten namelijk kinderen met verschillende afkomsten, religies en gezondheidssituaties. Zo heb ik in mijn klas een Marokkaans jongetje, een Hindoestaans meisje, een Spaans meisje, een jongetje met epilepsie en een jongetje met een pinda allergie. Het mooie hieraan is dat inderdaad elk kind zich even welkom lijkt te voelen!


Is de identiteit van de school ook te zien in de niet direct identiteitsgekleurde activiteiten?

De religieuze activiteiten staan allemaal in het teken van de identiteit van de school. Maar dat iedereen welkom is op de Paulusschool is een niet direct identiteitsgekleurde activiteit en toch vertegenwoordigd het de school. Verder heb ik niet echt activiteiten kunnen vinden die niet gepland aansloten bij de visie van de school.



Een zelfbedachte activiteit om de identiteit van de school nóg meer naar voren te laten komen:

Als ik zelf een activiteit moest bedenken om de identiteit van de school meer naar voren te laten komen, zou ik voor het welkom voelen kiezen. Juist omdat dit iets is wat niet makkelijk door een activiteit te bereiken is. Als ik denk aan mij welkom voelen, denk ik aan gezelligheid, vertrouwen en acceptatie.

De drie begrippen die ik net opnoemende spreken mij zo aan omdat dit de begrippen zijn die ik zelf heel erg meegekregen heb van de identiteitsdagen in Biezenmortel. Ik heb hierbij heel veel vertrouwen gekregen in de klas en durfde mij daardoor ook kwetsbaar op te stellen. Daarom denk ik dat dat soort kringgesprekken en spellen als 'het kwaliteitenspel' heel goed zijn voor de sfeer in de klas. Op deze manier kan namelijk iedereen zichzelf zijn en hoeft niemand bang te zijn voor weigering.


Ik noemde net al het kwaliteitenspel op als activiteit. Nog een activiteit die ik zou uitvoeren in de klas is het spel 'over de streep'. Dit is een spel waarbij er een stelling opgelezen wordt en als je het wel eens gedaan hebt moet je aan de ene kant van de streep gaan staan, en als je het niet gedaan hebt moet je blijven staan aan de andere kant van de streep. Hiermee bouw je vertrouwen op als leerkracht. De kinderen moeten namelijk het vertrouwen in de andere hebben dat zij niet uitgelachen worden wanneer zij eerlijk antwoord geven op een vraag. Optimaal werken aan gezelligheid, vertrouwen en acceptatie dus!

D. Filosofie

Tijdens de filosofie-identiteitscolleges hebben we een hele hoop verschillende soort stof behandeld. het overgrote deel van deze stof ging over de hersenen en het functioneren hiervan. De hersenen zitten op een aparte en ingewikkelde, maar toch ook mooie manier in elkaar. Ook zijn de essentieel, gezien het feit dat de hersenen jou persoonlijkheid vormen. De hersenen bouwen de identiteit en maken wie jij als persoon bent. Dit is niet vanaf de geboorte van een kind al vastgesteld, maar ontwikkelt zich door de jaren heen. Je kunt dus wel zeggen dat je jezelf nog aan het identificeren ben, vandaar ook dat dit vak gekoppeld is aan het identiteitsproject. 
 


Zoals net al gezegd is bouwen je hersenen zich op gespreid over een lange tijd. twee belangrijke onderdelen van je hersenen zijn de hersenstam en de cortex. De hersenstam is het oudste deel van je brein terwijl de cortex het jongste deel is. Het opbouwen van je hersenen zorgt ervoor je uiteindelijk bepaalde dingen kunnen doen. Hieronder plaatst men ook het fenomeen “leren”. Om te kunnen voldoen aan dit proces moet het hypothalamus zich ontwikkelen en opbouwen. Het hypothalamus zorgt er namelijk voor dat je leerprocessen kunt opslaan en zorgt er dus voor dat jij als persoon kennis kunt
opslaan en dus kunt leren.
 



Ontstaan  van een eigen ik

Om weer even terug te komen op het identiteitsgedeelte van je hersenen, wordt uitgegaan dat de hersenen zich ontwikkelen op drie neurale niveaus van het ‘ik’. Het eerste neutrale niveau is de ontwikkeling van de corticale kaarten. De hersenstam maakt dit aan voor het interne milieu van jouw lijf (bloeddruk). De cortex daarentegen maakt kaarten aan die beschikken over een enorme hoeveelheid details, bijvoorbeeld exterieure aspecten, auditief aspecten en zelfs visueel aspecten
.

Het tweede neutrale niveau dat ik behandel is de geest. De geest maak neurale kaarten aan. Die kaarten moeten meetbaar en objectief zijn in de ogen andere mensen. De geest creëert ook de mogelijkheid tot het maken van mentale voorstellingen, zoals interpretaties. Dit zijn patronen in de geest en voor jou zijn die voorstellingen subjectief als persoon.

Ten slotte hebben het laatste neutrale niveau van het ‘ik’, en dat is het zelf. Zelf heeft drie kenmerkende momenten binnen de evolutie. De eerste kenmerkende moment hiervan is het primordiale zelf en dat zijn de basisemoties. Emotie is een biologisch programma op een onbewust niveau en daar kan je niks tegen doen. 
Het hebben van emoties is essentieel als het gaat om een persoonlijkheid. Als je emoties hebt ben je in staat om voorrang te geven aan bepaalde dingen in geval van nood. Er zijn zes basisemoties: vreugde, verdriet, angst, woede, verbazing en afschuw. Naast emotie zijn er ook gevoelens. De prikkels van gevoelens en waardering valt onder de kernzelf/protozelf. Gevoelens en waarderingen zijn, net als emoties, belangrijk voor jou als persoon, maar verschillen hier ook wel weer enigszins van. Bij gevoel is er namelijk meer sprake van een ‘weten’ van het verschijnsel dat optreedt. Dat gaat door je hersenen heen. Bij gevoel is de situatie niet dringend genoeg om in actie te komen en er wat aan doen.

Het derde niveau is het autobiografisch zelf. Het autobiografisch zelf zorgt voor een idee van verleden en van de toekomst (denk aan herinneringen en verwachtingen). Ook houdt deze zich bezig met het plannen van bijvoorbeeld je dag. 

Het hoogste niveau van het ‘ik’ is het “zelf”. Het “zelf” zorgt namelijk voor de basisemoties die je nodig hebt om met je medemens om te kunnen gaan. Je zult die emoties dus ten alle tijden nodig hebben. Dit maakt ze essentieel voor jou en jouw sociale omgeving. Deze emoties hebben echter niet alleen betrekking op sociaal gebied, maar ook op het culturele gebied. Hoe sta jij tegenover overtuigingen, wat is jouw overtuiging en deel jij het met andere? 


Verder ontstaat het ‘zelf’ in het akt van het leren en is daarom ook gekoppeld aan identiteit. Leren ontstaat bij de vorming van je identiteit en dat gebeurt voornamelijk op school door de hoge frequentie aanwezigheid. Zo leer je dingen over andere mensen, maar vooral ook dingen over jezelf en je eigen ontwikkeling als persoon. Zelfs als student aan de Pabo kom ik regelmatig nog achter dingen die van van mijzelf niet wist.  Dit zijn echter wel allemaal dingen die mij als leerkracht vormen en wat vertellen over mijn identiteit.




Mijn persoonlijke ervaring

In de vorige alinea vertelde ik al wat over mijn persoonlijke ervaring aan het ontwikkelen van een eigen identiteit. Hier ga ik nu wat dieper om in waarbij ik het voorbeeld van mij stage in groep 3, semester 2 van jaar 1, aanhoud. Dit was namelijk een moeilijk maar toch ook onwijs leerzame periode voor mij. Met mijn mentor had ik namelijk niet echt wat, het niveau van de groep sprak mij ook niet aan en ik het orde houden van de klas zag ik ook geen uitdaging. Omdat ik deze stage dus helemaal niet meer zag zitten werd ik steeds lakser en minder gemotiveerd, totdat mijn mentor hierover is gaan klagen tegen Cees Thissen, mijn toenmalige stage- en studiebegeleider. Ik was hier toen enorm van geschrokken, al helemaal omdat ik mijzelf altijd een echte doorzetter vond. Ik ben echter in dat semester er achter gekomen dat dat alleen geldt voor de dingen die ik leuk vind. Zodra mijn plezier in iets weg is, heb ik extreem veel moeite om mij toch aan een bepaald iets te zetten. Uiteindelijk mocht mijn mentor helemaal alleen het cijfer voor mijn stage bepalen en kreeg ik nog een week de tijd om aan te geven dat ik het wel degelijk wil en kan. Dat heb ik deze periode ook zeker gedaan en heb mijn stage toen afgesloten met een 7. Ik ben dus wel degelijk een doorzetter, alleen moet ik dat mezelf soms nog even vertellen!




Geloofsovertuiging 


Je ziet dat verschillende typen onderwijs direct of wel indirect een bijdrage leveren aan de identiteitsontwikkeling van kinderen. Veel basisscholen hebben als overtuiging rooms-katholiek of protestants-christelijk, maar er zijn verschillen in hoeverre scholen dit ook daadwerkelijk verwerken in het beleid van de school. Ouders kiezen vaak een school voor hun kind die of wel dichtbij huis is of wel een school die past bij de geloofsovertuiging van de ouders. Een kind die in een rooms-katholieke omgeving opgroeit zal te maken hebben met de tradities daarvan. De rooms-katholieke feestdagen worden gewoon gevierd. Ook als jij als kind thuis en ander geloof hebt, dan moet je op jouw school gewoon erbij zijn als gast. Je wordt niet meteen verplicht om ook het geloof van de school te nemen. Jouw overtuiging wordt in waarde gelaten, maar men verwacht dat jij hetzelfde doet. Als een kind thuis dezelfde feestdagen viert net zoals op school, dan zal dat geloof tijdens het vormen van zijn identiteit wel een rol spelen. Maar vooral dan op het gebied van geloof.

Het protestants-christelijk geloof is anders natuurlijk. Op de scholen worden gebeden en gezongen. Ook hier worden de gewoonten en tradities van het geloof op de school uitgevoerd. Zo’n school neemt vaak ook leraren aan met hetzelfde geloof omdat ze in hetzelfde geloven. Dit kan alleen maar fijner zijn voor kinderen die nog niet weten waarin ze geloven. Een docent staat er dan om jouw dingen te vertellen over het geloof van de school of juist dingen te doen die de school belangrijk vind i.v.m. hun geloof. Dit kan kinderen alleen maar helpen tijdens de vorming van hun identiteit. 

C. Pedagogiek

Als docent sta je voor veel kinderen voor de klas. Ieder kind is even belangrijk en je probeert ze zo goed mogelijk onderwijs te geven. Je ziet de kinderen veel dagen van het jaar en je ziet ze ontwikkelen. Dat kan je zien aan het werk wat ze leveren of hoe ze zich in de klas gedragen, maar vooral ook de kwaliteiten van het kind mij heel erg gaan opvallen. Deze kwaliteiten wil ik graag als docent uit het kind halen. Als ik als docent kwaliteiten ga herkennen bij een kind, dan wil ik ook graag dat het kind die kwaliteiten kan benutten.

Ouders kunnen de aanleg op gebied van rekenen, muziek of beeldende vorming verder ontwikkelen bij hun kinderen. Als je kinderen op school begeleidt, zijn deze interne factoren een gegeven. Je kunt er niets aan doen maar je moet er bij de begeleiding wel rekening mee houden (van Eijkeren,2013).
 
Niet ieder kind heeft een aanleg voor bepaalde schoolvakken maar wil wel graag dit soort dingen kunnen leren. Daar heeft het kind dus ook de juiste omgeving voor nodig om zich wel te kunnen ontwikkelen op gebieden waar hij of zij wat minder goed in is. Als een kind nog niet helemaal weet wat zijn of haar talenten zijn, kun jij als docent daar bij helpen. Een kind kan nog te jong zijn om het te zien en nog niet weet wat het kan. Een kind van tien jaar kun je nog op zeker hoogte dwingen zijn of haar best te doen en talenten die in aanleg aanwezig zijn te ontwikkelen(van Eijkeren, 2013). Persoonlijk zou ik, wat van Eijkeren hier zegt doen, want hoe eerder je een kind kan helpen met zijn of haar talenten te ontdekken, des te meer kan dat misschien zijn vruchten afwerpen in de toekomst. Een leerkracht begeleidt een kind een jaar lang intensief. De positieve(of negatieve) invloed die je in die periode op een kind hebt, kan van doorslaggevende betekenis zijn voor een verdere ontwikkeling(van Eijkeren, 2013). Ik wil die positieve invloed op een kind hebben en voor het kind de doorslaggevende betekenis zijn. Daar moet ik later wel wat voor doen, want om hier later invloed op te hebben, zal ik een positieve invloed moeten uitvoeren, zodat ik daar een bijdrage in kan leveren.  Ik moet natuurlijk het kind helpen met het ontdekken van zijn talenten als het kind het zelf nog niet goed weet. Maar ook de kinderen die het wel weten, die moet ik pushen om hun talenten verder te ontwikkelen. Ook moet mijn lokaal later een fijne omgeving zijn voor kinderen om ieder talent te ondersteunen met zijn ontwikkeling. Je schept een gunstig pedagogisch en didactisch klimaat waarin een kind zijn talenten kan ontplooien(van Eijkeren, 2013).

Door een bijdrage te kunnen leveren aan de identiteit van de kinderen moet ik rekening houden met verschillende ontwikkelingen. Dat zijn: lichamelijke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, creatieve ontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling(van Eijkeren, 2013).
Bij lichamelijke ontwikkeling denk je onder andere aan motoriek en daar valt grove en fijne motoriek onder. Grove motoriek heeft veel te maken met sport. Wanneer ik als leerkracht zie dat bepaalde kinderen goed zijn in sporten, dan zou ik zeggen dat ze er vooral mee moeten doorgaan en misschien wel harder moeten trainen of juist, als ze niet sporten, er juist hun sport van moeten maken.



Bij fijne motoriek, waar je veel met leren schrijven bezig bent, zou ik ervoor willen zorgen dat kinderen, die graag schrijven, meer kunnen gaan schrijven om hun handschrift verder te ontwikkelen. Dat geldt ook voor de kinderen die moeite hebben met schrijven. Een omgeving creëren waardoor ze toch gestimuleerd worden om te gaan schrijven, want je handschrift hoort toch ook bij identiteit.

Dan cognitieve ontwikkeling wat de ontwikkeling is van begripsvormen, het denken(van Eijkeren, 2013). Buner en Vygotski zeggen dat taal één van de belangrijkste invloeden is op de cognitieve ontwikkeling van een kind. Een kind krijgt door middel van taal een greep op zijn of haar omgeving. Ik wil als leerkracht kinderen daar bij helpen, want geen enkel kind weet nog van alles wat het is of wat voor betekenis het heeft. Die greep op de werkelijkheid hebben ze nog niet en daar zou ik graag voor willen zorgen. Dat als kinderen een betekenis van iets willen weten, dat ik ze die kan geven en dat ze het weten voor later. In mijn klas wil ik dan ook voorwerpen hebben waar de kinderen altijd nog wat kunnen met de betekenis en dat ze altijd, als ze het niet weten, het nog kunnen opzoeken.

Bij de creatieve ontwikkeling komen veel vaardigheden van een kind aan bod( van Eijkeren, 2013). Creativiteit hoeft niet alleen te maken te hebben met beeldende vorming, maar ook met het bedenken van nieuwe dingen en het oplossen van problemen. Als leerkracht zou ik de dingen die met beeldende vorming te maken hebben ophangen in de klas zodat de kinderen zien dat ik hun werk mooi vind. Dit kan ze stimuleren om met de volgende werkjes nog meer leuke dingen kunnen doen. Ik sta altijd open voor ideeen, zeker de ideeen van kinderen, want die komen altijd met leuke nieuwe dingen. Als kinderen problemen hebben met oefeningen van lessen, dan wil altijd eerst even dat ze het zelf oplossen. Ik ga niet meteen helpen, want ik haal het alles uit de kinderen zelf. Ik kan ze altijd in de juiste richting sturen, maar zelf het oplossen kan voor het kind fijner zijn. Het kind gaat dan zelf beseffen dat hij of zij het gewoon kan en dat kan er voor zorgen dat ze later ook dingen meer zelf gaan doen i.p.v. het te vragen aan anderen. Dit helpt ook mee aan de identiteit van de kinderen.


Als laatste heb je de sociaal-emotionele ontwikkeling en dat gaat over de ontwikkeling in de omgang van het kind met zichzelf en met andere mensen(van Eijkeren). Hierover vormen kinderen ook een zelfbeeld, een eigen wil, opvattingen over normen en waarden, maar vooral een eigen identiteit(van Eijkeren,2013). Kinderen moeten zich wel bewust zijn over wie ze zelf zijn. Met wie praat de andere persoon en hoe zien zij jou? Als leerkracht zou ik de kinderen graag willen bijbrengen dat zij beleefd moeten blijven tegen oudere mensen. Wat kan je wel zeggen en wat niet? . Ik probeer de normen en waarden over te brengen en de kinderen moet vervolgens wel zelf beseffen wat je daarmee moet doen. Want dit gaan ze later gebruiken en als je weet hoe je hier mee om moet gaan dan heb je wel weer een stukje van je identiteit erbij. Hoe praat ik met mensen en hoe ga ik met ze om?

B. Beeldende vorming

Beeldende vorming foto


Bij het college identiteit beeldende vorming kregen wij de opdracht om door middel van het greenscreen een foto van jezelf te bewerken. De dingen die je toe ging voegen in de foto moesten wat over jou persoonlijkheid zeggen. Ik heb voor de volgende achtergrond gekozen en daar een speciale (zon)licht inval aan gegeven.

- Je ziet in het midden van de foto een lichtbron. Hier lijkt de zon te staan die zijn zonnestralen spreidt. Dit kenmerkt de warmte die ik aan andere wil geven. Ik wil mensen een warm gevoel nalaten, ze laten merken dat ik er voor hen ben. Dat vind ik erg belangrijk gezien we allemaal iemand willen die altijd voor ons klaar staat, kinderen in het speciaal. Een klas moet een fijne en veilige sfeer brengen en ik denk dat ik daar voor kan zorgen, vandaar de zonnestralen en warme kleur hiervan.


- Ook kan je bewegend water op de foto zien. Hier heb ik bewust voor gekozen. In mijn toekomstige klas wil ik namelijk na elke les iets van vooruitgang zien. Ik wil zien dat de kinderen iets van mij leren, dat is tenslotte waarom ik er sta. Iedereen kind mag dat in haar of zijn eigen tempo doen. Dat mag zoals het water aan de rechterkant zijn, langzaam, of zoals het water aan de linker kant zijn, wat sneller. Zolang ik vooruitgang zie zal ik trots zijn op het kind en dat zo duidelijk mogelijk laten merken. 

- Zoals ik als eerste al benoemde, is er in het midden van de foto een lichtbron, waarschijnlijk de zon. Daar staat mijn hoofd naartoe. Ik heb voor deze opstelling gekozen omdat ik mijn hoofd naar het positieve wil buigen. Ik probeer in mijn stage dan ook alleen op positief gedrag in te gaan. Het negatieve zie ik wel degelijk, maar ik probeer het zo veel mogelijk te negeren. Dit doe ik niet alleen omdat mij verteld is bij pedagogiek maar ook omdat je naar mijn mening de goede sfeer in de klas daarbij bewaard. En een goede sfeer is toch wel een van de belangrijkste dingen vind ik.

Zoals ik in het eerste punt ook al een beetje gezegd had, geeft de zon warmte af. Ook de kleuren van de zon op de foto zijn warme kleuren. Het zijn de kleuren die rust, liefde, positiviteit en veiligheid uitstralen. Dit vind ik dan ook essentiële begrippen voor in de klas. Daarom staat naar mijn mening de zon het het water centraal op de foto en vertellen zij waarom deze foto zoveel zegt over mij als juf!

A. Reflectie

Dag 1


Ik heb zoveel woorden in mij hoofd zitten dat ik niet weet waar ik moet beginnen. Van deze drie dagen verwachtte ik eigenlijk niks. Ik zag voornamelijk een hoop lacherig gezweef voor me. Lekker veel gezelligheid en vooral geen serieus gedoe, daar blijk ik namelijk helemaal niet zo goed in te zijn merkte ik deze eerste dag al. Als ik andere wel eens vroeg wat zij van mij vonden, kwamen daar vrijwel altijd antwoorden als 'open' en 'sociaal' uit. Maar deze dag heeft mij laten inzien dat dat niet de twee beste woorden zijn om mij te beschrijven. In dit dagboekfragment ga ik je vertellen waarom.

Toen wij na weet ik het hoeveel files eindelijk in Biezenmortel aankwamen, schrok ik best een beetje. We verbleven in een heel oud klooster, waardoor de kippenvel al bij binnenkomst over mijn hele lichaam zat, haha. De meevaller van de dag was dat de plek waar onze klas te werk ging de komende dagen, de hemel heette. Dat voorspelt veel goeds dacht ik nog! We begonnen met een rondje in de kring, waarbij je wat over jezelf en over jou verwachtingen van de komende dagen vertelde.


Daarna kregen we een opdracht. Je moest samen met een ander de contouren van je lichaam overtekenen en daarna in je hoofd, hart en voeten eigenschappen van jezelf schrijven. Zoals je op de foto kunt zien, schreef ik in mijn hart 'open'. Maar bij de opdracht die hierop volgde, merkte ik dat ik die zo goed als wat kon doorstrepen. Bij deze opdracht begon namelijk vrijwel iedereen hele persoonlijke en emotionele dingen te vertellen. Dat was iets wat ik niet durfde. Het is niet dat niks mij kan raken, want ik was wel degelijk ontroerd door de verhalen van de anderen. Maar om nou mijn eigen verhaal te vertellen... Dat vond ik nog al wat. Mijn verdriet delen is niet iets waar ik goed in ben. Waar ik dan wel weer heel goed in ben is iedereen om mij heen net zo lang afsnauwen tot dat zij niet meer verder durven te vragen wat er aan de hand is. Mij van mijn beste kanten laten zien is geen probleem, maar mijzelf van mij kwetsbare kanten laten zien is een ander verhaal. Huilen in het bijzijn van anderen? Noway, daar ben ik sterk genoeg voor praat ik mijzelf dan altijd maar aan.




Dag 2


Na een intensieve dag, en eerlijk gezegd ook best een intensieve nacht, moesten we al vroeg de veren uit! Er stond een lange, heeeeele lange wandeling op de planning. Deze wandeling moest in complete stilte. Het was denk ik de bedoeling dat je een werd met jezelf (en je gedachten). Dit vond ik heel erg moeilijk. Ik denk dat komt omdat ik mijzelf ook hierbij van mijn serieuze kant moest laten zien. Die kant heb ik namelijk wel degelijk, maar meestal komt die alleen te voorschijn als er niemand om mij heen is. De enige gedachte die tijdens de wandeling naar boven kwam, was de gedachte over wat voor gesloten persoonlijkheid ik dus eigenlijk heb. Iedereen durfde te zeggen wat hij of zij meegemaakt had, en dat terwijl ik ook wel het een en ander te vertellen had. Maar dat vertellen? Dan ziet iedereen dat ook ik toch echt wel te raken ben. En toen kwam het bekende bord weer voor mijn kop waardoor ik weer zweeg en deed alsof mijn leven rozengeur en maneschijn is.


Na het lunchen vertrokken wij met onze klas weer naar de hemel (blijft raar om te zeggen haha). Hier gingen wij aan de slag met onze meegenomen voorwerpen en foto's. We gingen weer in de kring zitten en als degene die aan de beurt was klaar was met vertellen, mocht hij/ zij de volgende aanwijzen. Ook mocht je zelf kiezen of je over je meegebrachte voorwerpen of je foto's wilde uitleggen. Toen ik na zo'n twintig minuten billen knijpen gekozen werd, ging ik voor mijn foto's. Ik had hiervoor foto's gekozen waarbij ik een andere rol heb. Namelijk de rol van zus, vriendin en vriendin in een relatie context.

Ik begon met mijn vriendinnen en mij vriend, dit omdat dat eigenlijk allemaal op rolletjes loopt. Als laatste vertelde ik over mijn zusje. Dit was het moment wat voor mijn omkeer in de identiteitsdagen zorgde. Ik dacht dat ik dit wel kon vertellen zonder tranen, juist omdat ik begon met allemaal positieve dingen in mijn leven. Maar toen ik alleen al vertelde hoe ze heet en hoe oud ze is, prikte de tranen al in mijn ogen. Ik begon te vertellen over het feit dat mijn zusje verstandelijk beperkt is, epilepsie heeft, hypemobiel is en ik zo nog een hele waslijst had. Eigenlijk is er niets wat wel echt meezit voor haar. Ik voel me daar soms best schuldig over, gezien ik juist alles mee heb. Ik studeer, heb vrienden, een hele lieve vriend en geniet volop van het leven.

Toen ik dit vertelde werd er super fijn op gereageerd. Iedereen was heel geïnteresseerd en stelde vragen. Ook kreeg ik de vraag of de situatie rondom mijn zusje mijn leven niet beperkt. Deze vraag stelde mij voor een seconden aan het denken, maar ik wis vrij snel het antwoord. het is namelijk heel hypocriet en egoïstisch naar mijn mening om te zeggen dat het mijn leven beperkt. Het leven van Jessica, mijn zusje, dát wordt erdoor beperkt. Mijn leven wordt er alleen door beïnvloed.

Achteraf was dit een hele fijne dag. Ik heb mijn verhaal kunnen doen. Dit was een van de eerste keren dat ik het zo open vertelde en mij van mijn kwetsbare kant heb laten zien hierover. En ook nog eens zonder dat ik daar op afgerekend werd. Integendeel zelfs! Op de poster van mijn lichaam werden juist allemaal super positieve en lieve dingen gezet zoals 'moedig', 'zorgzaam' en 'lief'. Vanaf dit moment waren mijn identiteitsdagen al compleet, en wat was ik trots op mijzelf!



Dag 3


Ik ga niet liegen. Ik was super blij dat ik mijn verhaal aan de klas verteld had, maar ik was er wel een beetje door van streek. Daarom kon ik ook niet wachten op de avond, en dan voornamelijk op het feesten. Ik zat de volgende ochtend, dag drie, dan ook met een behoorlijke kater in de kring in de hemel. Tot mijn grote schrik moesten we ook nog actief gaan doen! Pff, ik moet eerlijk zeggen dat ik dat niet echt zag zitten. We moesten een soort sollicitatiegesprekken gaan voeren. In deze gesprekken was het de bedoeling dat je jezelf kon verkopen aan de hand van de dingen die je over jezelf geleerd had de afgelopen twee dagen. Dat ging mij best goed af, ondanks de knallende hoofdpijn haha.

Dat deze opdracht mij voor mijn gevoel goed afging, gaf mij de extra bevestiging dat ik geslaagd ben voor de identiteitsdagen. Ik had nooit gedacht dit te zeggen, maar ik ben mijzelf wel degelijk beter gaan leren kennen. Ook weet ik nu dat jezelf kwetsbaar opstellen soms heel positief kan uitpakken. Je kan niet altijd alles zelf oplossen, en opproppen is al helemaal geen oplossing.

Het is misschien een beetje laat, maar hierbij wil ik Yvette en Victor dan ook nog even van harte bedanken voor de drie leuke, leerzame en zeker weten inspirerende dagen!





Mijn meegebrachte voorwerpen


1. Een sleutelbos

Ik heb dit voorwerp meegenomen naar de identiteitsdagen omdat mijn deur altijd openstaat voor alles en iedereen. Wanneer vrienden of vriendinnen van mij problemen hebben sta ik altijd voor ze klaar. Zelfs als ik eigenlijk geen tijd heb, maak ik daar tijd voor. Vrienden zijn namelijk een van de belangrijkste dingen in je leven naar mijn mening. Zonder vrienden heb je niks om op terug te vallen. Daarom vond ik dit een belangrijk  iets om mee te nemen. Het zegt wat over mij en ik hoop ook over een hoop anderen uit mijn omgeving!




2. Een agenda

Als tweede voorwerp had ik een agenda meegenomen. Vele van jullie zouden denken dat ik zoiets als een agenda meeneem omdat ik een echte planner ben. FOUT! Ik heb namelijk niet zonder een agenda meegenomen, maar ik heb een lege agenda meegenomen. Dit omdat ik juist totaal geen planner ben. Ik ben de slechtste planner ooit en schuif altijd alles wat ik moet doen naar voren. Uitstellen is dus iets waar ik super goed in ben! Aan dit punt wil ik graag gaan werken gedurende de pabo, want als juf kan dat natuurlijk niet. Vandaar dus deze agenda, om vanaf nu wat beter te gaan plannen!


3. Medicijnen

Als laatste heb ik de medicijnen van mijn zusje meegenomen. Zoals ik al eerder verteld heb, heeft mijn zusje van het een en ander last. Daarom is het belangrijk dat zij altijd haar medicijnen op de juiste tijd en de juiste manier inneemt. Ook heeft zij altijd haar noodmedicijn bij zich voor het geval dat zij een grote epileptische aanval krijgt en hier niet zelfstandig uit moet komen. De reden dat ik dit meegenomen heb is omdat hij mij vormt. Het zorgt er namelijk voor dat ik een vrij verantwoordelijk persoon ben als het gaat om de gezondheid van anderen.